Vouwfiets

Vanachter de piano, waar ik net had ingespeeld, zag ik ze om de kist heen scharrelen.
‘Hebbe we alles?’, vroeg Mien, de zus van de overledene.
‘Hardloopschoenen, golfstick, basketbal,’ tevreden checkte dochter Ida of ze alles had neergezet.
‘De fiets,’ merkte Mien opeens op, ‘we zijn z’n fietsie vergete.’
‘U heeft gelijk,’ reageerde Ida, ‘hè, wat jammer.’ Ze keek teleurgesteld naar haar tante en haar twee dochtertjes, die net een bos rozen op de kist hadden gelegd.
‘Ik zei nog,’ ging tante Mien verder, ‘weet je zeker dat je nix binne heb late legge?’
‘Ik ben bang dat ik hem in de gang heb laten staan,’ bedacht Ida.
‘Nou ja, dan maar zonder fiets.’ Tante Mien liep schouderophalend weg.
‘Opa’s fiets staat bij de jassen,’ merkte Sophie, het oudste meisje, op en wees naar de plek naast de ingang waar de kledingrekken met de jassen stonden.
‘Dat kan toch niet, wie heeft hem daar dan neergezet?’ mompelde Ida.
‘Maar er staat wel een fietsje,’ zei de kleine Charlotte met een ernstig gezichtje.
Dat moet mijn vouwfiets zijn, realiseerde ik me.
‘Ik ga wel even kijken,’ zei Ida en struinde met de beide meisjes in haar kielzog naar de garderobe.
Snel stond ik op en liep achter ze aan.
‘Het is wel een vouwfiets, maar hij is niet van opa,’ constateerde Ida.
‘Het is mijn fiets,’ begon ik aarzelend.
Ida keek aandachtig naar mijn doorleefde Brompton.
‘Het is een oud model, ik heb hem al vijftien jaar,’ legde ik uit.
Ida aarzelde even, maar opeens klaarde haar gezicht op. Ze vroeg aan de meisjes: ‘Zullen we aan die mevrouw vragen of we haar fiets vandaag mogen lenen? Het is net zo’n een als die van opa, dezelfde kleur ook.’
Vier grote ogen in twee heftig knikkende koppies.
‘Natuurlijk,’ glimlachte ik, ‘pak maar hoor, zet maar neer.’ Ik had me na het lezen van hun draaiboek al afgevraagd waar de fiets was. Hardloopschoenen, golfstick, basketbal, de rest hadden ze allemaal netjes om de kist heen gezet.
‘Laat mij maar doen,’ zei ik en pakte de fiets en vouwde hem voor haar open, ‘alsjeblieft.’
‘Super bedankt hoor, echt waar,’ reageerde Ida en liep met m’n fiets naar voren.
Omdat hij geen standaard had, parkeerde ze hem voorzichtig tegen de piano. Charlotte pakte een van de hardloopschoenen en zette die als rem tegen het voorwieltje.

De plechtigheid duurde anderhalf uur, er waren vijftien sprekers waarvan een aantal minstens zoveel gevoel voor humor hadden als de overledene volgens de verhalen moet hebben gehad. Tussendoor speelde ik zes muziekstukken om een moment van bezinning te geven.
Aan het eind maakte het publiek een haag waar Ida en de twee kleindochters met de dragers en de kist onderdoor liepen om de Buikslotermeerkerk te verlaten.
Tante Mien en haar man Ome Joop hielpen mee de attributen naar de auto te brengen.
‘Moet je toch ’s kijke, da’s nou niks voor Sjaak, zo’n kabel die d’r zo slordig bij hangt,’ mopperde tante Mien, wijzend op m’n linker remkabel die vanmorgen was geknapt. Ik was bijna aan het eind van Mozart’s pianoconcert KV 467.
‘En dat rare tassie,’ daar zaten de bandenplak in en m’n fietspompje in, ‘dat ken toch niet waar zijn.’ Ze pakte de fiets met één hand vast bij het stuur.
‘En de verf heb ook betere tijde gekend, dat Sjaak met zo’n oud barrel over straat ging, daar staan ik toch wel verbaasd van.’
Omdat ze haar handen vol had, gleed m’n fietsje opzij en viel op de grond.
‘Kijk, verlies ik zomaar de macht over het stuur,’ grapte ze, en probeerde onhandig bukkend met de boeketten in haar linkerhand hand m’n fiets weer overeind te krijgen.
Ik was net klaar met Mozart en liep om de piano heen naar mijn dierbare transportmiddel toe.
Tante Mien, die nog steeds worstelde met de bloemen, keek me aan en zei: ‘Ach kind, mooi gespeeld, maar ken je effe hellepe?’ Ik pakte m’n trouwe ros bij het stuur en zette hem weer overeind.
‘Bedankt, rij hem maar naar buite,’ zei tante Mien, en gebaarde naar de uitgang.
‘Of weet je wat,’ grinnikte ze, wijzend op de kapotte remkabel, ‘doe hem maar bij Sjaak in de auto, dan kenni straks mooi mee de ove in.’ Ze ontmoette mijn verbaasde blik: ‘Of wil jij hem hebbe?’
Tooske Hinloopen 1 december 2017

Dit bericht is geplaatst in Musicolumn met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *