Stilte

Stilte..
Stilte..
Hoe lang kan een stilte duren, voordat hij ongemakkelijk wordt?
Jan Evert neemt plaats op de kruk, traag, bedachtzaam, zonder haast.
Rustig voelen. Diep ademen om zijn zenuwen te temmen.
‘Ik had hem hoger moeten zetten,’ denkt hij.
Opstaan, draaien aan het mechaniek en weer zitten.
Voelen. Zijn hart slaat op driedubbel tempo.
Het hete podiumlicht weerkaatst op zijn glimmende voorhoofd.
Er trippelt een zweetdruppeltje naar beneden.
De zakdoek, gelukkig, die ligt op de goede plek.
Hij pakt het witte katoenen lapje en veegt zijn gezicht droog.
Kruk mag nog wel ietsje hoger.
Opstaan, draaien, drie slagjes.
Hij schudt zijn slanke, gespierde linkerhand los en gaat weer zitten.
Voelen. Zijn hartslag wordt al wat rustiger.
Toch maar niet uit het hoofd. Langzaam opent hij zijn partituur.
Leesbril. In de binnenzak van zijn zwart fluwelen jasje.
De dirigent staat rustig te wachten met zijn dirigeerstok losjes in zijn rechterhand.
Marianne sabbelt op het riet van haar fagot en de slagwerkers kijken naar het grote zwarte instrument vooraan. De tuba, hoorns, trompetten, piccolo, hobo’s en klarinetten liggen geduldig te wachten op de adem van hun meesters.
Lisa, viool en strijkstok op haar schoot, knipoogt naar Nannie, aanvoerder van de alten. Die draait met haar wijsvinger een paar rondjes in de lucht: ‘Beetje tempo, Jan Evert.’ Brede glimlach van Jimmy aan de overkant. Hij omarmt zijn contrabas en maakt een gaapgebaar naar de celli. Vermanende blik van de dirigent, Jimmy duikt weg achter zijn bladmuziek.
Jan Evert concentreert zich. Na de glissando aan het eind van de eerste solo kan hij zich heel even verschuilen achter een tutti, waarna de muziek, zachtjes wiegend op de grens van majeur en mineur, over zal gaan in dialogen tussen solist en orkest, dansende ritmes, briljant passagewerk en twinkelende loopjes.
‘Vaart houden in het jazzy deel,’ neemt hij zich voor, ‘maar geen haast, gewoon laten gebeuren. Moeiteloos meeparelen met de fluiten en de harp. De cadens stroperig beginnen en liefdevol opbouwen tot er geen ontkomen meer aan is.’
Nog een keer voelen. De kruk staat goed.
In de volle zaal hangt de verwachting.
Hij legt zijn rechterhand voorzichtig op zijn schoot. Op het gips staan handtekeningen van de collega’s. ‘Succes Jan Evert,’ leest hij, ‘je kunt het.’ Even krult zijn donkerbruine snor tevreden omhoog.
Oogcontact.
Een kort knikje.
De dirigent heft zijn armen en als een corps de ballet gaan de strijkstokken van de vier contrabassen klaar staan om op hun dik besnaarde buiken de lage begeleidingsfiguren in te zetten van Ravel’s pianoconcert voor de linkerhand.

Tooske Hinloopen 15 januari 2016

Geplaatst in Musicolumn | Getagged | Een reactie plaatsen

Albinoni

‘Shimna, er heeft iemand afgebeld, kun jij morgen spelen?’
Floris klonk nogal wanhopig.
‘Waar en hoelaat?’
‘Om negen uur, in Ockenburg. Ik was al eerder van plan je voor te stellen aan Soraya. Zij is violiste, een studiegenote van me en ze wil heel graag komen spelen, maar ze heeft geen vaste pianist.’
‘Dan moeten we vanavond nog repeteren,’ zei ik.
‘Nee, dat kan niet, dan speelt ze met haar kwartet, maar als jullie morgen een half uur eerder komen, kunnen jullie oefenen in de aula van Ockenburg.’
‘En wat moeten we spelen?’
‘Salut d’Amour van Elgar, het Largo van Handel,’ gesneden koek, ‘en het Adagio van Albinoni.’
‘Heb je de bladmuziek van Albinoni?’, wilde ik weten.
‘Ik zal vragen of de andere pianist het even doorstuurt over de fax, dan neem ik het morgen mee. Kun je er om half negen zijn?’

Omdat ik erg vroeg was, liep ik nog een rondje over de begraafplaats. Pas tegen half negen kwam er iemand van het uitvaartcentrum en kon ik naar binnen. Ik ging naar de zaal om in te spelen. Floris kwam even later binnen met Soraya en stelde ons aan elkaar voor.
De kist werd ondertussen binnengereden en twee dames in donkerblauwe mantelpakjes zetten bloemen en kaarsen eromheen en een foto van de overledene erop.
‘Zullen we Albinoni als eerste doornemen?’ vroeg ik.
De kopieën waren slecht leesbaar geworden in de fax. Uit de telfouten van Soraya concludeerde ik, dat zij de muziek ook niet kende.
‘Kun je koffie voor ons halen?’ vroeg ik aan Floris, die de hele tijd om ons heen bleef hangen. Hij stond op: ‘Suiker en melk?’
‘Zwart.’
Toen hij buiten gehoorsafstand was, zei ik tegen Soraya: ‘Hoe tel jij daar, ik kom steeds niet goed uit.’ Ze speelde het nog een keer.
‘Ik snap het al,’ zei ze toen, ‘er is iets weggevallen.’ Ze krabbelde iets in haar partij.
‘En verderop, op bladzij twee, daar klopt ook iets niet.’
Op dat moment kwam Floris al weer binnen met koffie.
‘Gaat het, dames?’, wilde hij weten.
‘Prima,’ zei ik en liep nonchalant naar de muziekstandaard van Soraya. Ik zette een rondje om de langere noot. ‘Let op hè, daar heb jij drie tellen,’ fluisterde ik en ging weer aan de vleugel zitten.

Albinoni moesten we spelen tijdens het aansteken van de kaarsen door de kleindochters.
Soraya stemde haar viool wat bij, streek haar lange zwarte haren naar achteren en we begonnen. Op de eerste bladzij maakte ze minstens drie telfouten. Op de tweede bladzij sloeg ze een maat over bij de herhaling en op het eind heb ik enkele maten extra moeten verzinnen omdat ze haar inzet miste. Ik zag haar vragend naar me kijken maar nadat ik een stukje van de vioolpartij had meegespeeld nam ze het weer over. Precies op dat moment kwam ook de zon door waardoor de hele aula mooi oplichtte. Er werden nog enkele toespraakjes gehouden en onder de hoopvolle klanken van Salut d’Amour van Edward Elgar verliet iedereen stilletjes de zaal.

Terwijl de uitvaartleidster de boeketten verzamelde om aan de familie te geven, kwam Floris op ons af. Ik verwachtte echt een donderpreek, maar hij zei verheugd: ‘Dat ging goed hè, dames. Het was echt heel mooi.’
‘Ja,’ zei ik opgelucht, ‘het was een uiterst originele uitvoering.’

Tooske Hinloopen – 23 mei 2016


Geplaatst in Musicolumn | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen